De openbaarheid van een weg op een opengesteld landgoed

Print Friendly, PDF & Email

Openstelling van een landgoed is financieel aantrekkelijk door de fiscale voordelen die de Natuurschoonwet 1928 hierdoor biedt. Het openstellen van een landgoed kan echter ook nadelige gevolgen met zich mee brengen op grond van de Wegenwet. Dit artikel gaat in op de openbaarheid van een weg op een opengesteld landgoed, de fiscale voordelen van de Natuurschoonwet en de gevolgen van openstelling voor de openbaarheid van wegen.

Fiscale voordelen Natuurschoonwet 1928

Een landgoedeigenaar staat vrij te besluiten tot openstelling van zijn landgoed. De voorwaarden voor de openstelling zijn opgenomen in een openstellingsbesluit. Belangrijke voorwaarde is dat de openstelling duidelijk is aangegeven met borden ter plaatse. De waarde van een opengesteld landgoed wordt voor de heffing van erf- en schenkbelasting op nul gezet. Dit levert grote fiscale voordelen op. De keuze om een landgoed open te stellen is een keuze voor de lange termijn. Om van de fiscale voordelen te kunnen profiteren dient een landgoed namelijk minimaal 25 jaar door begiftigden of erfgenamen in bezit en opengesteld te zijn. 

Gevolgen openstelling voor openbaarheid van wegen 

Een weg op een opengesteld landgoed kan openbaar worden op de grond van de Wegenwet. 
Hiervoor is ten eerste vereist dat kan worden gesproken van een weg in de zin van de Wegenwet. Artikel 1 Wegenwet bepaalt namelijk dat de Wegenwet alleen van toepassing is op openbare wegen. Wanneer een weg openbaar wordt volgt vervolgens uit artikel 4 van de Wegenwet. Een weg kan openbaar worden door:

  • 30 jaar voor iedereen toegankelijk te zijn;
  • 10 jaar voor iedereen toegankelijk te zijn + onderhoud door overheid; of
  • bestemming door eigenaar en overheid.

Het openbaar worden van een weg heeft behoorlijke gevolgen. De eigenaar van een openbare weg heeft bijvoorbeeld alle verkeer over de weg te dulden voor zover de aard van de weg of de wetgeving dit niet beperkt. Concreet betekent dit dat als de landgoedeigenaar de weg op zijn landgoed toch wenst af te sluiten, dit niet mogelijk is zonder een formeel in te dienen verzoek tot onttrekking aan de openbaarheid bij de gemeente. De landgoedeigenaar kan er dus belang bij hebben de openbaarheid van een weg op een opengesteld landgoed te voorkomen. 

Voorkomen openbaarheid 

Openbaarheid kan worden voorkomen door afsluiting en door borden met opschriften als ‘eigen weg’. Via die manier maakt de eigenaar kenbaar dat de toegang slechts ‘ter bede’ voor ieder toegankelijk is. De term ‘ter bede toegankelijk’ is verouderd Nederlands en volgt uit artikel 4 van de Wegenwet. In hedendaags spraakgebruik betekent dit dat men een weg alleen met toestemming mag betreden. Meer over het voorkomen van openbaarheid kunt u lezen in een ander artikel hierover elders op deze blogsite.

Wanneer kan een weg op een opengesteld landgoed nu openbaar worden?

Deze vraag staat centraal in een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 3 april 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:BZ7552). In dit geval betrof het een opengesteld landgoed in de gemeente Bernheze. De landgoedeigenaar betoogt dat de desbetreffende wegen op zijn opengestelde landgoed niet openbaar zijn geworden omdat deze slechts ‘ter bede’ toegankelijk waren als bedoeld in artikel 4 van de Wegenwet. De eigenaar had borden geplaatst met de tekst: ‘OPENGESTELD

De toegang is verboden

• tussen zonsondergang en zonsopgang

• buiten wegen en paden

• met motorrijtuig, bromfiets of paard

• met een loslopende hond

• met een spelend muziekapparaat

• met tent of windscherm

en ook wanneer u

• papier, schillen of ander afval achterlaat

• rookt, kookt of vuurtje stookt

• koopwaar aanbiedt

• iets beschadigt of meeneemt

• dieren verontrust.’

Niet in geschil was dat de wegen ten tijde van het besluit ten minste tien jaren door de gemeente Bernheze werden onderhouden in de zin van artikel 4 Wegenwet. Het geschil ten aanzien van deze wegen was dus beperkt tot de vraag of de wegen gedurende tien achtereenvolgende jaren voor iedereen toegankelijk waren, en dus niet slechts ‘ter bede’. 

Raad van State

Volgens de Raad van State wijst het woord ‘opengesteld’ op de borden erop dat de wegen toegankelijk zijn, zonder dat daarvoor toestemming is vereist. Dat aan de toegankelijkheid voorwaarden zijn gesteld, maakt niet dat de wegen slechts ‘ter bede’ toegankelijk zijn. Verder heeft de eigenaar niet weersproken dat de wegen feitelijk toegankelijk zijn voor voetgangers en fietsers. Uiteindelijk komt de Raad van State tot de conclusie dat de gemeente terecht de wegen als openbaar in de zin van artikel 4 van de Wegenwet heeft aangemerkt. Landgoedeigenaren kunnen door het plaatsen van openstellingsborden met voorwaarden dus niet voorkomen dat wegen op hun opgestelde landgoed openbaar worden. Alleen borden met opschriften als ‘eigen weg’ kunnen openbaarheid voorkomen.

Advies

Openstelling van een landgoed is financieel aantrekkelijk door de fiscale voordelen die de Natuurschoonwet 1928 hierdoor biedt. Een weg -in de zin van de Wegenwet- op een opengesteld landgoed kan vervolgens openbaar worden op de grond van de Wegenwet. Het openbaar worden van een weg heeft behoorlijke gevolgen. De landgoedeigenaar kan er belang bij hebben de openbaarheid van een weg op een opengesteld landgoed te voorkomen. Alleen borden met opschriften als ‘eigen weg’ kunnen openbaarheid voorkomen. Een openstellingsbord met voorwaarden maakt niet dat de weg op het opengestelde landgoed slechts ‘ter bede’ toegankelijk is. Het is belangrijk om te beseffen dat de openbaarheid hiermee dus niet wordt voorkomen. 

Anke Nijenhuis

Anke Nijenhuis plaatste tot op heden 1 artikel